Voorwoord peter 3_202
'Ik kreeg een brok in mijn keel
toen ik Henk hoorde antwoorden:
“ik ook van jou Joost'

In elke nieuwsbrief geven we collega's de gelegenheid een voorwoord te schrijven. Dat mag gaan over wat je bezighoudt, over wat je belangrijk vindt voor de organisatie, of over iets wat je hebt meegemaakt en wat je wilt delen. Wil jij een keer het voorwoord schrijven? Dat kan! Stuur dan even een mailtje naar communicatie@profilazorggroep.nl.

Voor deze nieuwsbrief schreef Carina van Lobenstein (team Kwaliteit) het voorwoord. Dank je wel Carina voor het delen van dit prachtige verhaal. 

 

Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik op een koude januari een vroege dienst werkte. In de rapportage las ik dat Joost zijn gezondheid snel achteruitging. Joost was sinds begin december ziek. De diagnose die in december gesteld was, sloeg in als een bom: hij had niet lang meer te leven.   

 

Joost woonde 13 jaar op de woonlocatie waar ik werkte. Hij had geen familie meer. Zijn ouders waren al lang geleden gestorven en hij was enig kind. Maar wat hij wel had waren zijn huisgenoten. En met één van hen had hij een zeer goede vriendschap opgebouwd.  

 

In het begin van zijn ziekte lag Joost veel in bed, zijn kamer was op de tweede verdieping van de woonlocatie. Hij gaf al snel aan dat hij dat erg ongezellig vond. Hij miste de reuring. Na overleg met zijn huisgenoten, kwam Joost zijn bed in de huiskamer kamer te staan en al snel lag hij daar voor een groot deel van de dag in. We hadden een gezellig hoekje gemaakt. Naast zijn bed stond een bank een tafel en op het raam naast hem hingen de vele kaarten die hij ontving.  

 

Regelmatig zaten zijn huisgenoten naast hem, keken samen met hem TV of luisterden naar fanfaremuziek. Joost genoot zichtbaar van deze momenten.  

 

En nu las ik dus dat zijn gezondheid achteruitging. Hij kwam de afgelopen week zijn bed al niet meer uit. Dus wat betekent achteruitgaan dan? Nadat ik de medicatie had gedeeld en Joost zijn huisgenoten had geroepen kwam ik bij Joost. Hij lag diep te slapen en reageerde niet op mijn aanraking of roepen. Ondertussen kwam zijn vriend Henk naar beneden. Hij kwam bij me staan en vroeg: ”Wordt Joost nog wakker vandaag?” In alle eerlijkheid antwoorde ik dat ik dat niet wist. "Ik ben ook niet lekker, ik denk dat ik thuisblijf”, zei Henk. En nadat alle andere huisgenoten naar het werk waren gegaan, nestelde Henk zich op de bank naast het bed, zette zacht fanfaremuziek aan en keek naar Joost.  

 

Ik zat aan de eettafel op een afstandje wat administratie te doen, zodat ik Joost in de gaten kon houden.  Het was ondertussen 10 uur en hij lag nog steeds te slapen. Maar toen ik Henk een kopje koffie gaf, gingen Joost zijn ogen plots open. Nee, hij wilde niets hebben, alleen wat water, antwoorde hij mij, toen ik vroeg of hij ergens trek in had.  

 

Tussen de mannen was een serene stilte. Er was geen behoefte meer aan prietpraat. Na een poosje vroeg Henk: "Ben je bang Joost?" Het bleef even stil en toen antwoorde hij: “Nee, want ik ga naar mijn Vader en grote Vriend”. Henk antwoorde met een grote zekerheid in zijn stem: “Gelukkig, want je hoeft niet bang te zijn, het is daar fijn”. En weer was het stil. Na een poosje vroeg Joost: ”Henk, jij bent mijn vriend he?”  “Ja natuurlijk”, antwoorde Henk. En na een korte stilte zei Joost: ”Ik hou van jou, Henk.”  Ik kreeg een brok in mijn keel toen ik Henk hoorde antwoorden: “ik ook van jou Joost”. En hierna werd het opnieuw stil en viel Joost weer in slaap tot het einde van mijn dienst.  

 

De volgende dag is Joost opgenomen in een hospice. Henk zat die avond daar weer naast zijn bed. Diezelfde nacht is Joost rustig naar zijn andere Grote Vriend is gegaan.  

Carina van Lobenstein

 

I.v.m. de privacy zijn de namen fictief. 

Voorwoord door Carina

3/21
Klik op het menu voor inhoud en andere functies.

Gebruik de pijlen aan de zijkant om door het magazine te bladeren.
Loading ...